[INTRO]
[C] [Am] [F] [G] (2x)
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij omringt m[C]ij met zijn liefd[G]e.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij laat mij [C]rusten in zijn nab[G]ijheid.
[VERSE]
Hij roept mijn n[F/A]aam; ik hoor zijn s[G/B]tem; Hij de mi[C]jne.
Als ik dw[Dm]aal, zoekt Hij mij [C/E]op; brengt mij veilig[G] thuis.
Mijn Herder ver[Dm]zorgt al mijn won[Am]den; heeft mij t[G/B]eder verbond[C]en.
Er i[Dm]s geen betere ple[C]k dan bij Hem te zi[G]jn.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij omringt m[C]ij met zijn liefd[G]e.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij laat mij [C]rusten in zijn nab[G]ijheid.
[VERSE]
Hij gaat mij v[F/A]oor; ik volg zijn s[G/B]poor; Hij zal lei[C]den.
Als ik va[Dm]l, geeft Hij mij kr[C/E]acht om weer op te sta[G]an.
Mijn Herder bes[Dm]chermt heel mijn le[Am]ven door het [G/B]Zijne te gev[C]en.
Er i[Dm]s geen betere pl[C]ek dan bij Hem te z[G]ijn.
[F] [Am] [G] [F] [Dm] [Csus] [Em]
[F6] [C/E] [G/B] [Am] [F] [C] [G]
Al gaat mijn w[F]eg door een don[C/E]ker dal;
ik we[G/B]et dat Hij mij br[Am]engen zal naar een pla[F]ats
waar ik ee[C]uwig thuis zal zi[G]jn. (3X)
[C] [Am] [F] [G] (2x)
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij omringt m[C]ij met zijn liefd[G]e.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij laat mij [C]rusten in zijn nab[G]ijheid.
[VERSE]
Hij roept mijn n[F/A]aam; ik hoor zijn s[G/B]tem; Hij de mi[C]jne.
Als ik dw[Dm]aal, zoekt Hij mij [C/E]op; brengt mij veilig[G] thuis.
Mijn Herder ver[Dm]zorgt al mijn won[Am]den; heeft mij t[G/B]eder verbond[C]en.
Er i[Dm]s geen betere ple[C]k dan bij Hem te zi[G]jn.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij omringt m[C]ij met zijn liefd[G]e.
De He[C]er is mijn He[Am]rder,
het o[F]ntbreekt mij aan [C]niets.
[F]Hij laat mij [C]rusten in zijn nab[G]ijheid.
[VERSE]
Hij gaat mij v[F/A]oor; ik volg zijn s[G/B]poor; Hij zal lei[C]den.
Als ik va[Dm]l, geeft Hij mij kr[C/E]acht om weer op te sta[G]an.
Mijn Herder bes[Dm]chermt heel mijn le[Am]ven door het [G/B]Zijne te gev[C]en.
Er i[Dm]s geen betere pl[C]ek dan bij Hem te z[G]ijn.
[F] [Am] [G] [F] [Dm] [Csus] [Em]
[F6] [C/E] [G/B] [Am] [F] [C] [G]
Al gaat mijn w[F]eg door een don[C/E]ker dal;
ik we[G/B]et dat Hij mij br[Am]engen zal naar een pla[F]ats
waar ik ee[C]uwig thuis zal zi[G]jn. (3X)
Used chords
More of Sela
